Stichting Haarlemse Dichtlijn bevordert de belangstelling voor poëzie in Haarlem en omstreken en biedt dichters een podium.

Poëzie Podium in het Verhalenhuis

Elke tweede dinsdag van de maand organiseren we een poëziepodium in Het Verhalenhuis in Haarlem Noord, Van Egmondstraat 7, makkelijk te bereiken vanaf het station met buslijn 3 (10 minuten), 5e halte vanaf het station: Spaarnhovenstraat. Inloop vanaf 19.30 uur, programma van 20.00 tot 22.00 uur. De toegang is gratis maar je moet wel bij Het Verhalenhuis een ticket 'kopen' voor 0 euro om binnen te mogen komen.

Meedoen op het podium van de Haarlemse Dichtlijn, dat kan iedereen. Wie poëzie schrijft en dat wil delen met publiek, is welkom. De Haarlemse Dichtlijn selecteert niet en laat de waardering aan de luisteraar over. Per keer mag je drie gedichten voordragen (maximaal 5 minuten). De grote variatie zorgt ervoor dat elk podium naar meer smaakt! Meld je aan bij onze podiummanager Lieneke van der Veen via de mail: podia@haarlemsedichtlijn.nl

Elke avond kunnen we plusminus tien dichters programmeren. Ben je vaker geweest en zijn er veel aanmeldingen, dan geven wij voorrang aan nieuwe mensen. Wachtlijsten hanteren we niet, dus voor een volgende keer nodigen we je uit om je opnieuw aan te melden!

Dinsdag 10 januari

In januari op ons podium:
- poëzie in de actualiteit, door Anneruth Wibaut
- zes dichters met elk drie gedichten (aanmelden via de mail)
- singer/songwriter Mark Werkman met twee songs
- pauze
- de poëziecarrousel met .....
- vijf dichters met elk drie gedichten (aanmelden via de mail)
- singer/songwriter Mark Werkman met twee songs

Rogier Cornelisse is de presentator van dienst.

En door dit gedicht van ... mag je je laten inspireren voor de gedichtencarrousel na de pauze:

...

Stuur jouw gedicht in naar info@haarlemsedichtlijn.nl om het op de website te laten plaatsen. We nodigen een klein aantal inzenders uit om het gedicht in de carroussel voor te komen dragen.


Voor het Verhalenhuis heb je een ticket nodig. Het kost niks, maar je moet het wel even bestellen:

Agenda

  • 10 januari 2023 - Poëzie Podium
    met poëtische reacties op ...
    en singer/songwriter Mark Werkman
  • 26 januari t/m 1 februari 2023 - Poëzieweek
  • 14 maart 2023 - Poëzie Podium 
  • 11 april 2023 - Poëzie Podium
  • 18 mei 2023 - Festival
Eerder dit seizoen:
  • 8 november 2022 - Poëzie Podium
    met poëtische reacties op Jolies Heij
    en singer/songwriter O.J Frère
  • 11 oktober 2022 - Poëzie Podium
    met poëtische reacties op Frans Terken
    en singer/songwriter Fons Stam
  • 25 september - tournee naar de Koninginnebuurt
  • 13 september 2022 - Poëzie Podium
    met poëtische reacties op Anneruth Wibaut
    en singer/songwriter Maarten Bogaers
BESTEL NU

Poëzie van november

Jolies Heij: Nooit gezegd is voorgoed verzwegen

wat ik je nog wilde zeggen
kan ik schrijven op opgerolde servetten
of verdrinken in het laatste glas

vier woorden om in stilte te laten trekken
liggen voor op de tong
hangen aan het gehemelte
 
ze worden opgeslagen in de schatkamer
van het vergrendelde hart
tot ze beginnen te lekken
 
naar redevoeringen, verhitte discussies
slaande ruzies, omtrekbewegingen,
een luidruchtig stilzwijgen
 
er worden oorlogen gevoerd, wapens getrokken
om het liefste af te dekken en op te sluiten
in brandvrije en luchtdichte kluizen
 
tot hier en niet verder
zeggen blikken tot doden bereid
en het sterven niet machtig
 
kom hier, wenken verlangende handen
tot slaan uitgerust
de zachtheid zit in de vingertoppen
 
wat ik je eigenlijk wou zeggen
is allang door de tijd verteerd
voordat ik het uitspreken kan   

Jan Bulsink: Sicut Deus

Om stilte verlegen trek ik mij terug. Ik ben de
wereld ontwend. Wat ik niet gezegd heb, weet ik 
niet, het is er niet, ik heb het nog niet gekend
Een dichter ben ik, een stamelaar. Deuren
dicht ik, ik stapel woorden, licht de klink 
 
Ooit zweeg ik voorgoed, zat eenzaam onbewogen 
door zon verblind in mijn cel, mijn oren, ogen 
bekleedt met hetzelfde eelt als dat wat voetzolen
zo ongevoelig maakt. Ik zag het licht tegen,
dacht aan beelden en woorden die niet mogen
 
Het is niet dat ik niets zei, dat ik niets voelde,
niet dat ik ook maar iets bedoelde 
Ik kon niet praten, leefde afgezonderd
van warmte, van liefde, muziek en verbeelding 
en dacht, dacht de nacht, dacht de dag, dacht goed na,
 
pakte de klinkers op, zag medeklinkers
hopen op verbinding en wist al die tijd
dat nooit gezegd voorgoed verzwegen is
Ik druppelde regen, bracht water in de 
branding bij land, gaf Adam adem, zuchtte Eva  
 
In dovemans oren heb ik mij goed vergist
Ik geloof in het woord. Kun je wat nooit is 
gesproken wel weten en als het dan is 
uitgesproken en klinkt bestaat het dan, heeft
het dan bestaansrecht omdat het is verstaan
 
Ik ben die ik ben, geloof in dat wat er niet is,
het heeft aandacht nodig. Ik ben maar de dichter,
stapel gestamelde beelden tot een eigen wereld
Ik pak de letters, plak ze tot woorden, smelt ze
tot een grootse openingszin ‘En er zij licht’

Johan Meesters: Darlings

kijk uit waar je loopt, matig je spoed en zet je voet
niet onverhoeds op een woord in deze dodencel
het idioom hier opgehoopt kwijnt en bloedt
nog na van het dichterlijk lotsbestel
 
het voelt nog hoe de twijfel heimelijk werd gevoed
hoe werd gewroet in een scheppingskrachtenspel
en dan dat laffe gebaar, de lauwe judasgroet
een kort beraad, uitwijsbevel
 
verwaarloosde maalstroom van mijn woordenvloed
van dit gedicht was jij het essentiële onderstel
vaarwel geloosde tekst, het ga je goed
 
’t is maar voor nu: de keuze wisselt met het vel
grillig en slinks is het dichtersgebroed
er wordt meer niet gezegd dan wel  

Marten Janse: Handgebaar

Eelt op je handen doet pijn 
aan m’n lijf als jij de oogst 
binnenhaalt met grote halen 
‘t Is zomer, het onweert bijna   
 
Het paard dat de wagen trekt 
De pauzes met krentenbollen 
thee en suiker, de dreiging van 
donder en het kaf van het koren   
 
Je hanteer de sikkel om strobalen 
op te takelen, om op te stapelen 
Grijs van het stof kom je thuis 
en ik leg me erbij neer want nu   
 
komt het mooiste als je rozig 
van het werk en warme water 
je vingertoppen op mijn huid 
aarzelend en onbeschrijfelijk   
 
de tinteling zoekt daar waar 
de bliksem overspringt tussen 
huid en haar en de vonken 
als sterren stralen, tederzacht  

Monika Joras: Antwoord

die vier woorden die jij wilde zeggen
kon jij niet echt verzwijgen je hart op je tong  

je haren wapperend in de twijgen waar
de merel woont je ziet en luistert zingt
 
die vogel is geen duif die vrede brengt
al zou hij het toch willen machtige wapens
 
bulderend overstemmen vingertoppen 
de merel echter en zijn volk zij horen
 
harten kloppen die elke dag elk uur en elk 
minuut de plaats waarop zij leven postzegel groot
 
omgeven met het doen van stil gezwegen
zinnen zij leven liefde ongekend bescheiden
 
toch straalt dit uit naar mensen om hen heen
zij geven zelfs het antwoord op jouw nooit
 
gezegde woorden op de rouw van jouw
voorgoed verzwegen minnen ik ook van jou  

Leonore Hatt: Repliek

Nu we uitgesproken zijn
lijken woorden veelomvattend
prereflexief voorspellend

dus zwijg, slik je tong in
kijk indringend, doch liefdevol
zonder te sturen, oprecht

zoek een beginpunt en begin te strelen,
streel hem of haar of hen
eerst tot ongemak aan toe

dan net zo lang tot ongenoegen, niet erkenning,
tekortkomingen, onoprechtheid, pijn en
zeker liefdeloosheid weggenomen, opgelost zijn in niets

het einde zal sneller daar zijn
dan je ooit had kunnen vermoeden 

Conny Veenings-Molenaar: In de windstilte ligt het centrum

Op open zee
Weerspiegelt alles
Het oog van de storm
Brengt geen rust
 
De storm is grijze ruis
Ideaal om te ontprikkelen
Niet te hoeven luisteren 
Naar het heelal
Veelpraters zeggen niets
 
In inhoudsloze taal
Klinkt alles als een autoverkoper 
Of schoonheidsspecialiste
 
Vraag niet wat de boodschap is
Breng betekenis
In je eigen stilte
Nodig haar uit te verdrinken 
Te verzwelgen
 
In de windstilte 
Verzwijgt niks
Daarmee is alles gezegd 

IJda Smits: Bagage

leeg staat de koffer in de hal
maar ach die vult zich wel
met alles
wat zich stapelt in mijn hoofd
paspoort
bewijs van mijn bestaan
toegang tot
het toe te vliegen 
continent in zicht
vergeet ons niet
bij iedere zin die ik pak
vraag ik
verheug ik me?    verheug ik me niet?
 
na alle jaren van bagage 
lozen
niets overbodigs alsjeblieft
schokken de uren achteruit
verwacht 
en toch met onverwachte kracht
word ik gevloerd
naast mijn bagage van verzwegen 
woorden sluit ik mijn ogen
open en vraag
slaap ik?     slaap ik niet?
 
de dag kiert door de nacht
ik hul me zwijgend 
in de woorden die als vuile 
kleren nààst mijn koffer liggen
want ach
het beetje vuil dat aan ze kleeft
het went toch wel of het went niet?